Bescherming tegen stofexplosiegevaar

Uitgangspunten:
Fabrikanten van materieel voor door stof explosiegevoelige bereiken moeten o.a. de max. temperatuur aangeven van het oppervlak van materieel waarop stof kan neerdalen (zoals gebruikelijk in °C - de specificatie als temperatuurklasse dient hier vermeden te worden). Deze temperatuur vormt onderdeel van het Ex-kenmerk Stof.


    Voorbeelden kenmerken:
    II 2 D T90 °C IP64, II 2 D Ex td A21 T90 °C IP64
    (Berust de ontstekingsbeveiligingsklasse op de behuizing, dan wordt ook de
    beveiligingsklasse van de behuizing als IP-code vermeld.)
    ofwel II 2 D Ex iaD 21 T96 °C

(Dit apparaat is reeds volgens de nieuwe IEC-norm "Intrinsieke veiligheid Stof" -"iaD" toegelaten. Deze norm zorgt ervoor dat in het kenmerk als aanvulling ook de betreffende zone wordt vermeld - in dit geval 21)

Stof-explosiebeveiliging - temperatuur

Brand- en explosiewaarden van stof hangen af van de aard van het betreffende stof. Enkele belangrijke en brand-en explosiegedrag beïnvloedende parameters zijn: korrelgrootte, korrelvorm, watergehalte, zuiverheid en in sommige gevallen het gehalte aan brandbare oplosmiddelen.
Bovendien moeten ook de korrelgrootteverdeling en de mediaanwaarde  (waarde voor de middelste korrelgrootte) bekend zijn.

Volgens Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 137, oud: ATEX 118a) is de exploitant van de installatie / de werkgever verplicht om een risicoanalyse uit te voeren. Daarom moeten bij hem de minimum gloeitemperatuur en minimum ontstekingstemperatuur bekend zijn.

Er zijn slechts twee eenvoudige berekeningen nodig voor het bepalen van deze twee grenstemperaturen:
    a) Grenstemperatuur 1 = 2/3 van de minim umontstekingstemperatuur
    b) Grenstemperatuur 2 = minimum gloeitemperatuur* minus 75 °K

Van deze twee berekende grenstemperaturen dient alleen die waarde te worden gebruikt, die de grootste veiligheid garandeert.

    Voorbeeld 1:
    Minimum ontstekingstemperatuur = +330 °C,
    maximum gloeitemperatuur =+300 °C
    a) Grenstemperatuur 1 = 2/3 x +330 °C = +220 °C
    b) Grenstemperatuur 2 = +300 °C - 75 °K = +225 °C
    Grotere veiligheid: grenstemperatuur (1) = +220 °C
    Hier moet materieel worden gebruikt, waarvan de maximale
    oppervlaktemperatuur bij storing <= +220 °C bedraagt. Zoals reeds
    aangegeven, is de betreffende waarde van het materieel opgenomen
    in het bijbehorende kenmerk.

    Voorbeeld 2:
    Minimum ontstekingstemperatuur = +186 °C,
    minimum gloeitemperatuur = +180 °C
    a) Grenstemperatuur 1 = 2/3 x +186 °C = +124 °C
    b) Grenstemperatuur 2 = +180 °C - 75 °K = +105 °C
    Grotere veiligheid: grenstemperatuur (2) = +105 °C
    Hier moet een materieel worden gebruikt, waarvan de maximale
    oppervlaktetemperatuur bij storing <= +105 °C bedraagt.

*De waarde voor de gloeitemperatuur geldt bij een stoflaagdikte van 5 mm. Bij grotere laagdikten dient de temperatuurveiligheidsafstand nog te worden vergroot.

Vakbeurzen 2010


15th September
MSR Südwest
Frankenthal, Germany


16th September
M+R Brussels
Brussel, Belgium


29th - 30th September
4. Essener Explosionsschutztage
Essen, Germany


5th - 8th October
Industrial Processing
Utrecht, Netherlands


12th - 14th October
Maintain
Munich, Germany


3rd November
MSR Rhein-Ruhr
Duisburg, Germany


23rd - 25th November
PMRExpo 2010
Cologne, Germany

Catalogus

U vindt alle informatie over onze producten in onze actuele catalogus.

Nu bestellen!

Informatie over ATEX

Wat weet u over uw eigen veiligheid, over ATEX en de richtlijnen?

Belangrijke informatie vindt u hier…